home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl


Heet en bruut
| 16 November 2009 | 11:55:15
Heet en bruut // Mutare, 15 november 2009
De verhalen van lange herfstavonden in de Nederlandse kroegen met rode wijn en spelletjes doen me beseffen dat het uitgaansleven in Nederland met de seizoenen mee verandert. Alhoewel de seizoenen hier hevig aan het verschuiven zijn, de hitte me nu echt in zijn greep krijgt en de eerste tropische buien zijn gevallen, is het uitgaansleven hier niet veranderd. Regen of zon, winter of zomer, in de Mutarese uitgaansgelegenheden is het altijd ‘heet’.
 
Dansen Het concept van naar een cafe gaan met vrienden is hier onbekend. Je gaat naar een club. Altijd en overal wordt er gedanst. Dansen is een veelal sexueel getint bewegen, met bijzondere aandacht voor het draaien en schudden van de heupen en kont. De enige momenten dat er niet gedanst wordt is als er entertainment ten tonele verschijnt. Dit zijn dansgroepen van veelal schaars geklede meisjes die heel erg goed zijn in dit draaien en schudden.
 
De alcohol. Ze vloeit rijkelijk. Indrinken gebeurt vaak op straat met plastic flesjes gin van een dollar, goedkoop en effectief. Aan de bar bestelt menigeen bier dat Chibuku heet. Chibuku is een yoghurtachtige substantie met door de brouwtechniek een per pak wisselende hoeveelheid alcohol. Vanwege haar substantie ook goed tegen de honger. Ook verkrijgbaar aan de bar,  en favoriet van velen, zijn de literflessen Lion. Twee flessen Lion staan garant voor een ‘hoofdpijnkater’. Daarnaast -als het mee zit- Castle, Black label of jawel...Amstel. Een Zimbabwaan lijkt sneller dronken of gebruikt grof geweld om snel in de gewenste roes te geraken.
 
Vrouwen. Vrouwen in het uitgaansleven zijn schaars. In de gemiddelde club zijn ze op 2 handen te tellen. De meeste zijn prostituees. In het meest extreme geval slapen of rusten ze in de wc. Omdat de meeste vrouwen prostituee zijn, is dat het gangbare beeld van de vrouw die uitgaat. Met een blanke vrouw weten mannen vaak geen raad. Vaak richt men zich voor meer informatie of 'verzoekjes' tot de  vrienden (annex bodyguards) van de betreffende blanke vrouw.
 
De wc. Een slot op de deur van de wc is een uitzondering (zelfs in chique hotels). Veel vrouwen laten de deur open terwijl ze plassen (soms in verband met de intense stank, soms voor de gezelligheid) Soms is er niet eens een deur, maar dat lijkt niemand een probleem te vinden. (Het kan dus gebeuren dat er vrouwen staan die je aangapen terwijl je met je opgestroopte broekspijpen en ingehouden adem boven een stinkende wcpot hangt.) Door de schaarste aan vrouwen hoef je niet vaak in de rij te staan, maar in Zimbabwe kun je als de wc toch onverhoopt bezet is soms ook in de wasbak. (Als je nietsvermoedend uit de wc komt met de intentie je handen te wassen kan het dus zijn dat dit niet mogelijk is.  De vrouw die op dat moment in de wasbak zit te plassen zal je overigens gewoon vriendelijk en heel ontspannen begroeten met het gebruikelijke  ‘hi, how are you’)
 
Agressie. Knokpartijtjes ontstaan vaker dan je lief is. Regelmatig is het meer een beetje stoeien, duwen en trekken. Soms een bloedneus. Het lijkt af en toe meer een mannelijke schreeuw om fysieke aandacht (bij gebrek aan vrouwen) dan een serieuze ruzie. Maar soms is er wel sprake van een plasje bloed en zie je vuisten druk in de weer met brute uithalen. Als er bloed vloeit wordt dat gewoon even opgedweild zodat de dansvloer weer vrij is. Niemand geeft er echt veel aanstoot aan.
 
Drink and drive. En dan na een nacht van dansen, drinken, stoeien en plassen vertrekt men weer naar de communities, naar huis, naar vrouw en kind. Geen  haan die kraait naar blaastesten of controles en geen fiets, geen taxi te bekennen. Het is of kilometers naar huis lopen of ‘drink and drive’. Vaak het laatste.
 
 De nacht brengt een compleet ander Mutare dan de dag.  Het vaak enigszins verlegen ‘hi how are you’, als je eigenlijk al bent gepasseerd, en het praatje op iedere straathoek, maakt plaats voor hete nachten en onbezonnen bruutheid.
 
Zo uiteenlopend de dag en de nacht in Mutare, zo uiteenlopend zijn Mutare en de weekendjes in de hoofdstad Harare. Want Zimbabwe heeft ook openluchttheater en ‘dinnerparties’ en zelfs een verdwaalde hippe dure tent. Maar niet in Mutare. Maar altijd ben ik blij na een paar dagen Harare weer naar mijn klein fijn Mutare terug te keren. Bruut en heet, verlegen en  vriendelijk.
reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 243

Mag ik je kaartje?

paarse blaadjes
| 09 Oktober 2009 | 15:33:50
Paarse blaadjes // Mutare, 7 oktober 2009  
Het is een kort wandelingetje naar het Courtauld theatre waar ik dagelijks theatertrainingen geef. Ik verlaat mijn huisje in het appartementencomplex Marlboroughcourt via de immer strak geboende gallerij. Altijd zijn er kinderen aan het spelen op onze binnenplaats. Altijd roepen ze me na ‘how are you?’ en nog altijd beginnen ze te giegelen als ik antwoord. Ik passeer de zwaar beladen waslijnen achter ons huis en loop onder de grote jakaranda richting de tuin van het gemeentehuis.

 
De jakaranda’s staat sinds twee weken volop in bloei. Mutare is veranderd in een lila-paarse stad. Dit is niet alleen een feest het oog, mijn buurjongetjes beleven er ook bijzonder veel plezier aan. Vanochtend stonden ze gierend en gillend onder de boom om zo veel mogelijk blaadjes te vangen. Ik blijf even staan, en besef dat de glimlach die zich op mijn bezwete gezicht nestelt er een is die een tijdje blijft. Ik vervolg mijn wandeling. Ik neem de shortcut. Ik klim over het hekje de tuin in van het gemeentehuis. Het uitgesleten paadje verraadt dat heel Mutare deze shortcut heeft ontdekt. Ik passeer de vrouwen in de blauwe overals die in groepsverband deze tuin van het stadhuis onderhouden. Het lijkt of ze dagelijks een wedstrijdje doen wie mij het eerst aan ziet komen. Ze zitten dan ook vaker op een steen, muurtje of in het gras dan dat ik ze echt zie werken. Ze vragen me of ik hun vriendin wil worden. ‘Tuurlijk’.

Ik stap over het prikkeldraad en verlaat de tuin van het stadhuis. Ik steek de weg over, nog altijd vergeet ik dat ik hier eerst naar rechts moet kijken en niet naar links. En ik neem de volgende shortcut door de tuin van de Quenshall. Uit de verte hoor ik de vrouwen me nog naroepen of ik hen niet wil komen helpen. ‘Ik moet werken,  ik ben al laat.’
 
 Maar aangekomen bij het theater besef ik weer eens dat ‘laat’ niet bestaat.
 
 Ik zetel me op het muurtje bij de artiesteningang. Acteurs slenteren en druppelen binnen. Ik klets nog wat aan met een van drie beheerders. Alledrie zijn ze dagelijks in het theater te vinden en ze zorgen er voor dat Courtauld echt als mijn tweede huis aanvoelt. Mr friendly is 64 heeft twinkelende oogjes en vertelt me af en toe hoe het was. Vroeger. Toen het theater nog open was. Toen er nog blanken waren. Toen er nog voorstellingen gespeeld werden. Toen Zimbabwe nog een rijk land was. Toen. Toen is nog niet zo lang geleden zegt hij dan en hij gaat weer ergens op een bankje zitten of een ‘ronde’ doen. 
 
Of Pati en Simon. Twee broers die met hun gezin in een van de kleedkamers wonen. Pati schildert af en toe een raamkozijn (als er geld is voor verf). Zo niet, ligt hij of backstage op de bank of kijkt hij naar mijn training. Simon werkte vroeger achter de bar en nu... Tsja wat doet hij eigenlijk?  Soms komt hij een van zijn kinderen halen. Zij bespelen Courtauld theatre als één grote speeltuin. Meestal zoekt hij Theresa van 7 jaar, een geboren actrice. Als ik les sta te geven is ze er af en toe in eens. Ze pakt midden tijdens de sessie mijn hand vast of staat eens ergens in een hoekje stilletjes scenes na te spelen.
 
Kinderen die ergens zitten te spelen in een hoekje van het theater of in een doek op de rug van hun moeder vastgeknoopt zitten zijn overigens geen uitzondering. ‘Kinderopvang’  is een Westers begrip.
Als ik dit niet toe sta kunnen vrouwelijke actrices niet komen. Ze proberen hun kids af en toe bij buren achter te laten, maar als dat niet lukt gaan ze mee. Dit zijn meestal alleen de kinderen tot een jaar of twee. Daarna blijven kinderen hier vaak alleen thuis. Kinderen van drie passen op kinderen van twee en geen kind dat zich verveelt. Uren zie je ze in groepjes spelen met lege blikjes (lego), samengeknoopte plastic zakjes (voetbal), autobanden (trampolines) of lege verpakkingen (multi-inzetbaar). Het lijkt hier echt een eitje om een kind te hebben. Ze huilen nooit en ze banjeren schijnbaar zorgeloos geheel zelfstandig door het leven.

 

Om een uur of vier of vijf stop ik met mijn sessie. Ik geef iedereen een dollar voor transportkosten om weer naar huis te komen. Ik benadruk nog dat we volgende week graag weer een keer op tijd moeten beginnen en liefst echt met iedereen. Iedereen schudt elkaar weer de hand en vertrekt weer met stampvolle minibusjes naar communities buiten Mutare. Ik zetel me weer in het zonnetje en begin weer met wachten. Dit keer op vrienden. Als we met genoeg zijn beginnen we een potje voetbal op het veldje naast het theater.
 
 Als de lucht donkerblauw wordt en mijn hoofd rood is het tijd om weer aan mijn wandelingetje naar huis te beginnen. De vrouwen zijn al vertrokken. De kinderen zijn er nog altijd. Vandaag vroegen ze me weer eens om een ‘toy’. Mijn voorgangers hebben de kinderen speelgoed gegeven en dus verwachten ze dit van deze white friend ook. ‘Ik heb geen toys, echt niet’. Ik denk aan de jakaranda en ik daag ze uit voor een potje paarse blaadjes vangen. Weer gillen. Ik vang blij als een kind de paarse blaadjes op en vraag me af of er mooier speelgoed op de wereld bestaat dan deze grote paarse boom.

 

reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 283


Tijgervelletjes en Shakespeare
| 17 Augustus 2009 | 17:39:11
Tijgervelletjes en Shakespeare // Mutare, 4 aug 2009
Mijn taakomschrijving als theaterontwikkelaar behelst hoofdzakelijk de acht professionele Mutarese theatergroepen trainen. Al tijdens mijn sollicitatie verwonderde ik me over het feit dat er wel acht professionele theatergroepen in Mutare te vinden zouden zijn. Voor een stad die ongeveer even groot is als Haarlem leek me dat veel. In mijn eerste overleg in Nederland -toen ik die verwondering nog maar eens uitsprak- werd me sterk aangeraden om eerst maar eens op onderzoek uit te gaan naar de huidige situatie. De vacature was al weer een tijd geleden opgesteld in samenwerking met de lokale partner en tsja, het blijft zimbabwe.....
 Mijn eerste maand is dus bedoeld om de theatergroepen  en –projecten te (be)zoeken. Zimbabwe heeft zware tijden beleefd. Er is weer hoop, maar een en ander heeft inderdaad zijn sporen achter gelaten. Een aantal groepen zijn tot nu toe simpelweg onvindbaar, bestaan op dit moment alleen nog bij naam of zijn opgeheven. Het grote tekort aan financiële middelen in Zimbabwe speelt zijn parten. Je kunt simpelweg niet meer leven van  theater maken.  Theaterbezoek is een luxe die je jezelf in deze tijden niet veroorlooft; niemand heeft geld voor een theaterkaartje. Daarnaast heeft  het grootste gedeelte van de rijkere blanke bevolking het land verlaten. Het klassiek Engelse Caurtauld theatre dat naast mijn huis staat is om deze redenen buiten gebruik geraakt. Maar ook in de communities buiten het centrum van de stad (waar geen of heel weinig entree voor voorstellingen wordt gevraagd) is niet veel theater meer te zien in de ooit hiervoor bestemde gebouwen en pleinen. De prachtige gebouwen herinneren vooral aan andere tijden.
 Niet geheel onverwacht zijn kunst en cultuur geen speerpunten van deze regering. Kunst- en cutuursubsidies in Zimbabwe zijn dan ook schaars.  Er is maar één cultuurfonds. Dit fonds steunt met name groepen uit de hoofdstad Harare of bijvoorbeeld traditionele dansprogramma’s, maar zeker geen kritische voortuitstrevende theatergroepen. Het gevolg van de beperkte financiële mogelijkheden is dat er steeds meer op vraagbasis gewerkt wordt. Bedrijven en scholen geven opdrachten die theatermakers uitvoeren. Ruimte voor ontwikkeling van nieuwe werk, experiment of überhaupt eigen ideeën is er bijna niet. Dus gaat het hier vaak als volgt: Bedrijf A heeft een voorstelling nodig over HIV preventie nodig omdat het verloop in medewerkers wegens ziekte te groot is. Groep B gaat aan de slag en presenteert de voorstelling in de lunchpauze aan de medewerkers.  Of, school X wil een voorstelling over probleem Y door theatergroep Z.
 Naast het tekort aan financiële middelen is er tenslotte ook een groot gebrek aan training en scholing. Er is in Mutare geen theaterschool of theaterdocent te vinden. Daarnaast zijn de laatste vijf jaar alle kunstvakken, die toch al vrijwillig waren, uit de scholen verdwenen. Scholen lagen zo overhoop dat er niets extra’s meer gedaan werd dan het hoogstnoodzakelijk of sommige periodes helemaal niets.
 Dit alles klinkt desastreus. En eerlijk gezegd is dat het in mijn ogen ook voor een land dat ooit als ‘de graanschuur’ van Afrika bekend stond en een zeer rijk en divers cultureel leven had. Maar gelukkig zullen er altijd uitzonderingen zijn. Er zijn altijd geëngageerdegroepen en creatieve geesten te vinden die door zullen gaan. Omdat ze niet anders kunnen. Of willen. Naast de groepen die er nog wel zijn,  blijken er ook nieuwe formaties gesmeed en hele nieuwe groepen en projeceten opgezet.
 
Mijn bezoek aan de groepen en projecten bestaat uit het bijwonen van een repetitie en een inventariserend gesprek over visies, idealen, de sector, ervaring, plannen, etcetera, etcetera. Op mijn zoektocht ontmoet ik prachtige sterke mensen die vechten en willen overleven en staan te springen om training om zich verder te ontwikkelen. Korte conclusie tot nu toe. De theatermakers die ik heb ontmoet zijn nieuwsgierig naar nieuwe methoden, maar tegelijkertijd is traditie ook zeer belangrijk. Theater is hoofdzakelijk een middel. Is het niet ‘good for your english’ dan is het wel ‘messagepassing’. Overal hangt een prijskaartje aan of ligt een vraag van iemand met geld aan ten grondslag. Er is hier een andere definitie van het woord professioneel.  
 
Ngomadzepasi en Shakespeare djambore
Een van de eerste groepen die ik bezoek heet Ngomadzepasi en is gespecialiseerd in traditionele dans maar willen zich ook meer en meer op het maken van theater gaan richten. Ze wonen en werken met de hele groep in een voormalige ‘beerhall’ (vrij vertaald:‘bierbar’) In ruil voor iedere zaterdag een optreden in wisselende beerhalls mogen  ze de helft van de ruimte gebruiken om te slapen, de andere helft om te repeteren. Ik wordt echter buiten ontvangen en op een klein houten bankje voor een geimproviseerd podium gezet. Daar willen ze één van hun dansen aan me laten zien.  Terwijl de leden zich een moment terugtrekken in de beerhall stroomt de hele buurt uit. Als de leden van de groep ( 8 jongens en 1 meisje) één voor één omgekleed weer de beerhall uit komen in niets dan een tijgervelletje constateer ik dat mijn wenkbrauwen ver omhoog gepositioneerd staan en mijn kaak ver naar beneden is gevallen. (Ga ik hier mee werken? Wat voor theater hebben ze dan in vredesnaam in gedachte?? Bestaat er ook zoiets als traditioneel theater in tijgervelletjes???). Ze beginnen. De dans bevat veel seksueel getinte bewegingen die alles behalve sensueel zijn of seksistisch opgevat moeten worden, maar dat maakt mijn ongemakkelijkheid er niet minder om. Zeker omdat ik alleen op een bankje zit en alles speciaal op mij wordt gericht.  Overal om me heen zijn kinderen die ofwel de bewegingen kopiëren -en geloof me dat ziet er echt heel grappig uit- ofwel ze staan mij als white person aan te staren. Dit beseffende zet ik mijn wenkbrauwen en kaak weer in een normale positie en probeer me op de dans te concentreren en mijn gedachte over wat voor training ik voor deze mensen moet ontwikkelen uit te schakelen.  Het geruststellende antwoord op de vraagtekens die door mijn hoofd schoten is overigens dat traditionele dans puur ter entertainment is en het theater dat ze willen maken om het publiek iets te leren (met kleren aan). De voorstelling die ze willen maken moet educatief en grappig zijn, ‘waarschijnlijk iets over cholera’.
 
Nog geen dag later bezoek ik een ‘shakespearedjambore’(letterlijk : alles op zijn kop met Shakespeare). Het is een festival door de Engelse ambassade georganiseerd en gefinancierd waar jongeren van diverse scholen een scène naar keuze uit het werk van Shakespeare vertonen. De opkomst is indrukwekkend. Er zijn een stuk of twintig scholen vertegenwoordigd, allemaal keurig en strak in hun uniformen. Bijna iedere school heeft de scène met de drie heksen uit Macbeth gekozen en dus zie ik tien varianten van When shall we three meet again? In thunder, lightning or in rain?When the hurlyburly’s done, when the battle’s lost and won, that will be ere the set of the sun (ha ha ha)....
Drie dagen daarvoor nog ging mijn telefoon. Ene mr. Sithole van Mutare Girls High. ‘Over drie dagen is het festival en we komen er niet uit’. Ze hadden gehoord dat er een‘theaterspecialist’ uit Nederland was. Of ik alsje alsjeblieft nu kon komen. God zou me dankbaar zijn.  Aangezien mijn handen toch al jeukten, alle drie mijn afspraken die dag om mysterieuze redenen waren afgezegd heb ik ze dus wat op weg geholpen. De betreffende begeleidende docent wist niet waar of hoe hij moest beginnen, hij had nog nooit dramales gegeven....

 Deze week ontmoet ik twee groepen die al wat langer aan de weg timmeren en een groep die alleen uit HIV-geinfecteerde vrouwen bestaat. En ga ik in gesprek met het Mutare Schools Art Programme. Wordt vervolgd dus. Met een excuusgroet voor de lengte van mijn verhalen, volgende keer weer kort.

 

reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 285


How are you?
| 07 Augustus 2009 | 08:34:11

Hello Mutare // Mutare, 30 juli 2009

Ongewone omgevingsgeluiden en bizarre dromen vechten om wie me definitief wakker mag maken na mijn eerste nachtje Mutare. Het is zondag en deze dag staat er voor ons een rondleiding in en rond de stad gepland. Ik wordt opgehaald door David die werkzaam is voor de Stedenband Haarlem-Mutare op het gebied van gezondheidszorg. We crossen op onze mountainbikes eerst door het centrum van de stad; van het theater naar het gemeentehuis en van het zwembad naar de internetpizzeria.

 

Zimbabwe is duidelijk in Engelse handen geweest.Vlak naast mijn huis staat bijvoorbeeld nog het Caurtauld theatre: Een klassiek Engels theater. Het is de afgelopen tien jaar bijna niet meer gebruikt, op de bar na.

Het grootste gedeelte van de bevolking van Mutare woont in de ‘suburbs’ van de stad. Deze liggen redelijk ver buiten de stad (zodat de Engselen er vroeger niet de hele tijd mee geconfronteerd werden). De huizen zijn klein en de families groot. We bezoeken onder andere een van de exschoonfamilies van David en zijn eigen ieniemienie-onderkomen. Overal krijgen we thee en vieze koekjes. Omdat het zondag is -en iedereen gelovig- is iedereen op zijn eigen manier met het geloof bezig. In kerken, op pleinen, basketbalveldjes of onder bomen komen zien (en horen) we bij elkaar gekomen mensen. En in de huizen die we bezoeken wordt erover nagepraat en gediscussieerd. Voor mij als ongelovige is dit het moment dat ik maar wat met de kinderen ga spelen. Dit blijkt de beste manier om De vraag te vermijden. Een leven zonder geloof is voor hen onvoorstelbaar. 

 

Aan het eind van de dag ploffen we neer we op de bank bij de familie van Joseph die ook voor de stedenbandprojecten werkt op het gebied van sport. De deur wordt letterlijk plat gelopen door collega’s, buren, kinderen van ik weet niet wie. De televisie staat aan, iedereen is aan de buis gekluisterd voor het World Wrestling Tournament, of zoiets dergelijks. Het is worstelen zonder regels waarbij buiten de ring de worstelmannen en vrouwen door de tribune geketst worden, benen gebroken en hoofden tegen muren worden gebonkt. Het is nogal populair in Zimbabwe. En na een bezoek aan de kerk op zondagochtend is dit het favoriete entertainment voor menig Zimbabwaan voor de zondagmiddag. Als het worsteltoernooi afgelopen is wordt er gekeken naar ‘The biggest looser’. Wie verliest met veel zweet en drama de meeste kilo’s. Oef. Bijna net zo verschrikkelijk dus. Ik ben blij dat in mijn huis geen televisie staat. Een groot gemis volgens velen hier....
 

Collega’s van Local Action 21 lopen in en uit. Ik ontmoet Keaven, hier op deze bank.. Keaven is dichter, acteur, theatermaker en danser en ik zal de komende maanden nog veel met hem samenwerken. Ik kijk vol verwondering naar mijn nieuwe collega’s die van deze verschrikkelijke programma’s zitten te genieten en vraag me af wat me te wachten staat de komende maanden. Ondertussen krijg ik iets te eten voorgeschoteld dat ik niet helemaal kan definiëren en komen kinderen uit de buurt stiekem door het raam gluren om in een keihard lachen uit te barsten en dan nog meer kinderen te halen die dan nog harder lachen. Als murungu / white person op de bank bij Josephs familie blijk ik  een bezienswaardigheid voor de buurt, met name voor de kinderen. Die vinden mijn witte hoofd blijkbaar hilarisch. Als ik ook maar iets zeg of omkijk dan krijgen ze soms de slappe lach of beginnen ze te springen, gillen of rennen ze weer weg. Dit geldt overigens niet voor sommige baby’s. Ik heb al een paar keer gehad dat een baby het van schrik op een krijsen zet. In dat geval beginnen de ouders dan weer keihard te lachen.

De rest van de week wordt het meer officiële gedeelte van het ‘shaking hands’ voortgezet. Met een delegatie van zes man gaan we van de townclark  naar de burgemeester, van de directeur van de Artscouncil naar  de directeur van het museum en de directrice van de National Art Galery en nog een handje vol mensen die iets betekenen hier. Deze bezoekjes vinden over het algemeen plaats in kleine donkere kantoortjes met altijd het wettelijk verplichte portret van de president aan de muur. Meestal zijn er niet genoeg stoelen voor de hele delegatie en word ik op een stoel gezet voor het grote bureau van de belangrijke persoon in kwestie en staat de rest van de delegatie achter me. Er wordt keer op keer een zeer officieel moment van gemaakt met uitwisseling van beleefdheden en beloftes. Telkens wordt weer benadrukt dat ik op het goede moment ben gekomen. Het gaat nu beter met Zimbabwe en het zal alleen maar beter kunnen gaan. Om dit te illustreren wordt dan meestal gezegd dat de schappen van de supermarkt weer gevuld zijn en de rijen verdwenen. Over politiek wordt nooit openlijk gesproken (of geschreven…).

Mijn collega’s geven me week ook presentaties van de vijfjarenplannen die zijn opgesteld. Na mijn ‘zondagse ontmoeting’ ben ik positief verbaast over de ambitieuze plannen,  de professionele insteek en de omvang van de lopende projecten. Dat neemt niet weg dat de  werkcultuur van Zimbabwe ronduit onvergelijkbaar is met Nederlandse gewoontes. Er is hier vaker geen computer dan wel, er is sowieso geen internet, afspraken worden over het algemeen op de dag zelf gemaakt en iedereen laat zijn werk vallen als er iets tussen komt. Iedereen heeft stapels papier op zijn bureau en vergaderingen gaan gepaard met een gebed, thee en koekjes en duren vaak minimaal 2 uur (en een uur voordat iedereen er eindelijk is). Efficiency lijkt geen prioriteit en echte stress heb ik nog niet gezien. Te eten hebben, flauwe grapjes maken en familie gaan hier voor alles en dat is eigenlijk helemaal zo gek nog niet.

De Zimbabwaanse begroeting bestaat uit een keuze uit vier ‘handshakes’. Eén voor oudere mensen voor wie je respect heb, één voor gelijken, één voor jongeren onder elkaar en één om cholera te voorkomen of als iemand je tijdens het eten wil begroeten. Dit gaat gepaard met de vraag die je de hele dag door aan iedereen stelt: ‘Hi how are you?’. En iedereen antwoordt: ‘Fine. Thank you. And you?’. Ook als je in een supermarkt wil vragen of ze bijvoorbeeld koffie verkopen, dan vraag je eerst aan de medewerker ‘how are you?’ Als je in je in je haast, zoals ik in mijn wanhopige zoektocht naar koffie, deze openingsfrase overslaat krijg je het volgende:  Do you sell coffee? Fine Thank you.

Hoewel je antwoord op de vraag ‘Hi how are you?’ standaard  ‘I’m fine is’ –want die supermarktjongen wil hopelijk toch niet echt weten hoe het met je gaat- heb ik nog niet 1 keer stiekem gedacht dat er iets niet ‘fine’ is met me. Het gaat goed. Echt goed. Ik ben nu ruim twee weken in Mutare en deze stad voelt nu al aan als een groot dorp. Na deze periode van kennismaken, handjes schudden, rondleidingen en inlezen zit ik nu in de fase van bezoekjes aan theatergroepen en projecten en plannen maken. Ik kan niet anders concluderen dan dat je je in Zimbabwe niet anders dan welkom kunt voelen en uitkijken naar de vijf en halve maand die me nog rest.

reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 247


Zimbabwe
| 29 Juli 2009 | 21:04:35
Zimbabwe?Zimbabwe!  // Amsterdam, 15 juli 2009
De reacties op mijn vertrek naar Zimbabwe uit mijn omgeving zijn uiteenlopend en compleet tegengesteld. Mensen die nog nooit in het land zijn geweest halen hun wenkbrouwen op en kijken me vragend aan; ‘Theatermaken in Zimbabwe?’ ‘Theater, goh,  is dat waar daar nu behoefte aan is’? ‘Is dat niet het land waar door de regering zo is huisgehouden?’, ‘Oei, wel een gevaarlijk land of niet?.’   Mensen die in Zimbabwe geweest zijn of in Mutare gewerkt hebben en ik over mijn nieuwe baan vertel beginnen daarentegen lovend over het land en de stad te vertellen. ‘Wow! Zimbabwe! Supermooi land en de leukste en vriendelijkste afrikanen van afrika!’, ‘Zeker weten het mooiste land van zuidelijk Afrika’, etcetera!, etcetera!
 
In dit land, dat zo veel vraagtekens als uitroeptekens oproept, zal ik de komende zes maanden wonen en werken. Via de Stedenband Haarlem-Mutare en ICCO zal ik ter plekke werken voor hun lokale partner Local Action 21 met de kunstenaars en artiesten van de stad Mutare. Op deze weblog zal ik mijn belevenissen proberen bij te houden.
 

Zimbabwe.  Een achtergrond voor de liefhebber.

 Zimbabwe wordt in 1980 onafhankelijk verklaard. Een lange, bloedige oorlog tussen het leger van Ian Smith en Afrikaanse Guerilla strijders kwam hiermee tot een einde. Zimbabwe werd weer een Afrikaans land,  onder leiding van Robert Mugabe. Met de overgang werden ook veel plaatsen, rivieren en gebergten voorzien van Afrikaanse namen. Zo werd Rhodesië tot Zimbabwe gedoopt en de hoofdstad Salisbury tot Harare. 

 Zimbabwe kreeg een staatsinrichting naar Brits model, maar Mugabe heeft er echter nooit een geheim van gemaakt dat hij het liefst een eenpartijstaat had gevestigd. Door de jaren heen vormt de oppositie nooit een serieuze bedreiging voor het bewind van Mugabe.

 In 1998 besluit de regering om 1503 grote blanke boerenbedrijven te onteigenen. Als gevolg hiervan daalt de graan en maisproductie dramatisch, en stort de Zimbabwaanse economie langzaam in. Het werkloosheidspercentage stijgt tot 70 % en de Zimbabwaanse dollar verliest snel aan waarde. Schaarste en hyperinflatie domineren het begin van de 21ste eeuw. De schappen in de supermarkt zijn leeg. De Zimdollar is niets meer waard. En alsof de problemen op dat moment nog niet groot genoeg zijn, breekt er een choleraepidimie uit waarbij veel mensen het niet overleven.

De crisis waar het land zich in bevindt maakt een omslag, een verandering, nieuwe hoop noodzakelijk. Een roerige verkiezingsperiode breekt aan, de oppositie wint terrein, maar de uitslag wordt ter discussie gesteld. Na bemiddeling door de Zuid-Afrikaanse leider Tabo Mbeki komt er overeenstemming tussen Mugabe en de oppositiepartij over de verdeling van de macht. In februari 2009 wordt er een regering van Nationale Eenheid gevormd, waarin Robert Mugabe (Zanu-PF) en oppositieleider Morgan Tsangvirai  (MDC) de macht delen.

 Wanneer de inflatie van de nationale munteenheid dit jaar in de miljarden (!!!) procenten loopt, wordt in April 2009 de Amerikaanse Dollar als nieuwe munteenheid ingevoerd. De biljetten van de Zimdollar zie je overal op straat liggen en zijn een souvenir geworden. De invoering van de Amerikaanse dollar zorgt ervoor dat de schappen in de supermarkten zich weer langzaam vullen; de basislevensbehoeften zijn weer verkrijgbaar.

De eerste stappen naar een betere toekomst lijken gezet. Alhoewel mensen zijn moegestreden richten de meesten zich met goede hoop op de toekomst.  Overigens zijn Zimbabwanen per definitie vrolijk, cisis of geen crisis. Een zimbabwaan houdt nooit op met lachen.


 
Amsterdam-Mutare //  Mutare, 18 juli 2009.
Ik verlaat het fijne Amsterdam. Ik stres en ren en vlieg mijn laatste dag nog wat door mijn huis om op tijd in het vliegtuig te zitten. Ik plof neer en probeer in de uren dat ik van Amsterdam naar Harare vlieg te beseffen dat ik weg ben. Het wil nog niet echt lukken. Bijslapen kan ook geen kwaad.

 Mijn eerste indrukken van Afrika doe ik op op het vliegveld.. Vage kantoortjes met  ‘government vips only’ of ‘ senators only’ of op een zeer druk kruispunt: ‘watch out for things falling’. Dan, achter de visumbalie en duane ‘gezag in pak’  en in broekzakken verdwenen tientjes. Slechts de helft van onze koffers is aangekomen en we zien al snel een hele lange rij met lotgenoten bij de balie die omschreven wordt als ‘ balie voor kwijtgeraakte of beschadigde bagage’. Een uur, drie formulieren en vijf stempels later mogen we de volgende dag terugkomen.

Cees Meijer, een Nederlander die al sinds jaar en dag in Zimbabwe werkt voor de Stedenband Haarlem-Mutare, komt ons ophalen van het vliegveld. Hij had niet anders verwacht, haalt zijn wenkbrauwen op en heeft gelijk een nieuw plan.  Hij had zijn tandenborstel al mee. Hij brengt ons dus in plaats van naar Mutare naar een hotel in Harare de hoofdstad en kan zelf ook ergens terecht. We verlaten het vliegveld waar hoe kan het ook anders het statige portret van meneer de president in zijn jonge jaren ons vanuit zijn gouden lijstje een welkom in Zimbabwe wenst. Dank u.

 ’s Avonds belanden we op een braai (afrikaanse barbeque) waar een band zou spelen onder de titel mr cool, maar mr cool was mysterieus onvindbaar en misschien was het stiekem wel de dj? Wie zal het zeggen. Iedereen heeft een ander verhaal en zo gaat dat dan. Een zimbabwaan zegt op zo’n moment ‘Welcome to Zimbabwe’ en begint over het algemeen hard te lachen.

 De volgende ochtend blijkt in het zelfde hotel de Ajax van Zimbabwe te zijn ondergebracht. Maar wij krijgen meer aandacht dan het hele elftal. De aandacht konden we goed gebruiken bij het het telefoontje naar het vliegveld om te checken of onze koffers waren gearriveerd. Op het formulier staan namelijk veertig getallen die in schijnbaar ontelbaar veel verschillende combinaties tot een telefoonnummer omgevormd kunnen worden. Met behulp van drie man personeel en het inzetten van verschillende telefoons hadden we na een uur iemand aan de lijn die over de vijf vermiste stukken zij: ‘yes ofcourse, the red one is here! Thank you goodbye.’

 Met onze stempels gaan we terug naar de balie waar alles aangekomen blijkt. Ook onze fietsen. Want jawel,  ik heb geen auto maar een ‘fiets van de zaak’ meegekregen. We lopen weer onder het portret door naar de uitgang om nu toch echt naar Mutare te rijden. Een tocht van ongeveer vier uur waarin ik Zimbabwe aan me voorbij zie schieten.  Onderweg zien we onder meer een aap, een vrouw met een krat cola op haar hoofd, huppelende kinderen met veel te grote of kleine schooluniforms die ons giegelend toe (of uit?)lachen, prachtige bergen, een giraf achter een hek, potholes potholes en nog meer potholes (gaten in de weg), zwaaiende mensen die ons van kilometers afstand toeroepen ‘hi how are you’. Ik ben in Arika, moge dat duidelijk zijn. Maar echt beseffen doe ik het gek genoeg nog steeds niet.

 We komen aan op de Christmas Pass. Deze hooggelegen slingerende weg leidt ons naar het dal waar de stad Mutare ons met veel glimlachende mensen lijkt te verwelkomen. Na een rondleiding door de stad komen we aan bij ons huis in Marlbourough Court, een appartementencomplexje op een heuvel. Ons balkon heeft uitzicht op het centrum van de stad en daarachter de Vumba mountains die zimbabwe van Mozambique scheiden. Mijn uitzicht is mooier dan ik me had kunnen wensen.

Ik breng de avond door op het balkon met Lara. Lara is mijn huisgenoot en tevens uitgezonden door zelfde organisaties en richt zich op een gezondheidszorgprogramma. We trekken een 'lion’ open, het zimbabwaanse biertje smaakt me goed. We proosten op ons verblijf hier. Het voelt goed. Ik droom over giraffen die niet in een theater passen. Dag Amsterdam. Hello Mutare.

 

reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 685


 

Home   weblog sinds: 2009-07-22

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.